Boskoopse kwekerijen door de jaren heen in ‘Van graaf naar robot’

BOSKOOP - Met een speciale tentoonstelling haakt het Boomkwekerijmuseum aan bij het 800ste jubileumjaar van Boskoop. In de tijdelijke expositie 'Van graaf naar robot (in 800 jaar)' is de ontwikkeling van de mechanisering en automatisering van de boomkwekerijsector te zien.

De graaf heeft een belangrijke plek in de tentoonstelling. Niet alleen de adellijke meneer, graaf Willem I, die in 1222 stukken grond aan de Abdij van Rijnsburg gaf, ook de graaf als gereedschap. Een spade met een plat, puntig toelopend blad en scherpe kanten waarmee je kunt spitten, steken, rooien en planten. Nog altijd in gebruik bij kwekers. Een ereplekje is er voor het roodborstje. Het vogeltje zit fier op het handvat van één van de graven die in een bak met aarde staat. De kweker houdt even pauze, het vogeltje geniet van de warmte van zijn handvat. De uitdrukking ‘Het roodborstje schijt op de graaf’ is in Boskoop dan ook zeer bekend.

In die begintijd werd in de nabije omgeving van Buckiscope, nu Boskoop, de grond afgegraven voor het winnen van turf. De Abdis verbood dit echter, tot groot genoegen van de boeren. 'De veengrond in Boskoop bleek perfect voor het kweken van fruitbomen,' vertellen Sjaan Sanders en Juul van Til van het Boomkwekerijmuseum. 'Veengrond is vruchtbaar, neemt veel vocht op en houdt het vast. Zeker in die tijd, toen de grond verdeeld was in smalle percelen met sloten, hoefde je niet bang te zijn voor te droge of te natte grond.' Toen werd ook beklonken dat Boskoop bomen mocht leveren aan het Abdis. ‘Bij de Abdij was namelijk een grote boomgaard. Voorwaarde van Willem I was wel dat de zusters van de Abdij moesten bidden voor zijn zielenheil en die van zijn naaste familie.'

Sortiment

Eén wand in de expositie toont de sortimentsgroei – in Boskoop spreekt men van sortiment in plaats van assortiment – door de eeuwen heen. Het begon met het kweken van elzen, wilgen, appel- en perenbomen. ‘Het sortiment breidde steeds verder uit,’ vertelt Sanders. ‘In 1854 ging China weer open voor het westen. De handelsgeest van Nederland was ook toen al groot. Veel planthunters reisden af naar Azië om te zoeken naar nieuwere soorten. Het begin van de sierteelt.’

De wand toont dat het sortiment lange tijd alsmaar breder werd, Tot de jaren ’80 en ’90. ‘Toen veranderde de manier van kweken. De potcultuur kwam op. De vruchtbare Boskoopse veengrond werd afgedekt en vol gezet met potten. De kwekers kozen steeds vaker voor het kweken van één soort. Stukken efficiënter dan twintig soorten die alle hun eigen behandeling nodig hebben.’

Bomenzoeker

Aandacht voor een typisch kwekersberoep, de bomenzoeker, is er ook in de expo. ‘Bomenzoekers werkten bij grotere kwekerijen. Zodra er een bestelling binnenkwam met bomen en planten die zijn kwekerij niet kweekte, ging hij op zijn brommer op pad. Hij bezocht kwekerijen in de buurt, op zoek naar de beste kwaliteit bomen en planten. Als een soort orderpicker kocht hij de bestelde producten in.’

In de expositie staat een brommer van een bomenzoeker. Met het verhaal van Boskoopse bomenzoeker Kas Slappendel. ‘Was hij eerst de spil in de handel, langzaam maar zeker nam de computer zijn werk over’, is te lezen. Voor Kas geen vooruitgang.

Maar er veranderde meer. De productie werd steeds meer aan mode onderhevig. ‘De buxus was lange tijd populair, maar toen kwam de buxusmot. De vraag naar heesters en vaste planten nam steeds meer toe. En als je ziet dat bouwmarkten zelfs vaste planten verkopen, dan is wel duidelijk dat de kwekerijen steeds meer moeten gaan werken naar de vraag. In Boskoop worden dan ook geen echte bomen meer gekweekt, alleen het kleine materiaal. Het aantal kwekers is teruggegaan van negenhonderd op het hoogtepunt naar vierhonderd nu.’

170 jaar kweekverleden in bloei

Een unieke aanvulling op de foto’s, video’s, documentatie en voorwerpen in de tentoonstelling zijn de drie plantenvakken in de museumtuin. Op de bordjes in de vakken staan ruim 75 soorten beschreven met daarachter een jaartal. ‘In dat jaar begon een kweker in Boskoop met het kweken van die soort.’ Beginnend in 1850 en eindigend in 2021 hebben de tuinvrijwilligers ervoor gezorgd dat je ruim 170 jaar kweekverleden in bloei ziet.

Openingstijden en meer info op www.boomkwekerijmuseum.nl.