Wethouder Anouk Noordermeer: ‘We zijn te optimistisch over de afname van kosten bij elke nieuwe opzet voor jeugdhulp’
GEMEENTE ALPHEN AAN DEN RIJN – De Alphense politieke partijen hebben een goed gesprek gevoerd met wethouder Anouk Noordermeer (sociaal domein) over de jeugdhulp in de gemeente. Daarbij zijn zowel de financiën als de inhoud aan bod gekomen. De inhoud, zo zegt Noordermeer ‘staat voorop’.
Sinds 1 januari is de uitvoering van de jeugdhulp ondergebracht bij de nieuwe overheids-BV Oog voor Thuis. De nieuwe organisatie is samen met de Alphense gemeenteraad ingericht en is gebaseerd op een Manifest uit 2022 van de gemeenteraad. De financiën zijn voor 2024 onder meer gebaseerd op een aantal stelposten. Dit zijn schattingen en dit wordt gedaan als de ‘echte’ bedragen niet bekend zijn. Naar nu blijkt is er een overschrijding van ongeveer 3 miljoen euro, bovenop het oorspronkelijke budget van 39.6 miljoen euro.
Wethouder Noordermeer legt uit dat een overschrijding eigenlijk normaal is. Dit geldt ook als het doel op de lange termijn een bezuiniging is, zoals nu bij de inrichting van de jeugdhulp. ‘We zijn te optimistisch over de afname van kosten bij elke nieuwe opzet voor jeugdhulp. Elke keer als we met iets nieuws beginnen, verwachten we veel. We starten ook meteen met bezuinigen. Dan matcht het geld dus niet met de uitgaven. En dat is nu gebeurt met het budget voor de jeugdhulp.’
Waslijst met vragen
Tijdens een raadscommissievergadering op woensdag 4 december is de Alphense politiek bijgepraat door Noordermeer. Er hoeft op dit moment niets besloten te worden. De wethouder beantwoordt vooral vragen. Veel vragen gaan over hoe het komt dat er 3 miljoen euro meer nodig is dan is begroot. Daarnaast gaat het over ICT-problemen, die vooral te maken hebben met gebrekkige dossiers, en over slechte bereikbaarheid van Oog voor Thuis. ‘We hebben de telefoondienst inmiddels onder controle’, meldt Noordermeer.
Ook blijkt de overdracht van GO! voor Jeugd naar Oog voor Thuis niet soepel te zijn verlopen en daarnaast duurt het oplossen van ‘oude’ problemen lang. Zo zijn nog niet alle contracten voor hulpverlening verlengd, dus zijn er ouders en kinderen in het ongewisse of ‘hun hulp’ wel doorgaat. Daarover is de communicatie niet optimaal.
Kinderziekten
De nieuwe organisatie Oog voor Thuis kampte het hele jaar met een aantal kinderziekten. Deze zijn onder meer veroorzaakt door gebrek aan data vanuit de oude organisatie Go! en daardoor weinig inzicht in wat de nieuwe organisatie kon verwachten. Er is een andere manier van werken in de nieuwe organisatie waardoor er in de toekomst meer inzicht is: ‘We gaan nu meer datagericht werken, om zelf inzicht te krijgen en ook om meer rechtszekerheid te bieden.’
Een uitdaging is dat er nu nog te weinig medewerkers zijn en dat daarom nog veel dossiers moeten worden beoordeeld. ‘We nemen steeds nieuwe mensen aan, maar die moeten ook worden ingewerkt. Dat kost tijd. Daarnaast zijn veel dossiers van Go! niet op orde. Deze moeten daarom opnieuw worden beoordeeld. We zien bijvoorbeeld dat Go! zorg aanbood die helemaal niet onder jeugdzorg valt.’
Wachtlijsten en wachttijden
Een van de ergernissen bij de oude organisatie was de lange wachtlijst. Deze is dit jaar weggewerkt. Er zijn vragen bij verschillende commissieleden over de wachtlijst, omdat zij hier nog altijd klachten over krijgen. ‘Er is een verschil tussen op een wachtlijst staan en wachten op een behandeling’, legt Noordermeer uit. ‘Je staat op de wachtlijst tot de eerste intake. Daarna wordt een behandelplan gemaakt en dat kan het gebeuren dat je een tijd moet wachten voordat de behandeling ook echt begint.’ Oog voor Thuis heeft in principe nauwelijks een wachtlijst, maar er zijn wel wachttijden.
Preventie
Noordermeer meldt dat Oog voor Thuis nog niet zover is als gewenst. ‘Nu moeten we ruimte geven.’ Van de nieuwe organisatie wordt vooral verwacht dat een deel van de zorg door preventie helemaal niet hoeft te worden gegeven. En: ‘Soms is een probleem helemaal niet van een kind of jongere, maar gaat het om een heel andere uitdaging binnen een gezin. Daarom werken we vanuit een gezinsplan.’
‘Preventie moet als eerste worden ingezet, al vanaf het eerste gesprek’, zegt de wethouder en benadrukt dat dit in het hele sociale domein moet gebeuren, niet alleen bij jeugdzorg. ‘We moeten naar de plussen en minnen kijken en naar wat we kunnen normaliseren, ook bij moeilijke gevallen.’
