Wethouder Noordermeer over jeugdhulp: ‘Niet alles is maakbaar en niet elke uitdaging kan door de overheid worden opgelost’

Anouk Noordermeer Foto: Eveline Verhoeve

GEMEENTE ALPHEN AAN DEN RIJN – ‘Als samenleving moeten we gewone problemen weer normaal gaan vinden.’ Dat zegt wethouder Anouk Noordermeer (sociaal domein) als zij over jeugdhulp spreekt. ‘Niet alles is maakbaar en puberen is ook gewoon puberen.’

Er is al een aantal jaren een tendens om elke uitdaging van en bij kinderen en jongeren van een label te voorzien. Daarmee wordt een ‘gewone’ eigenschap al heel snel gezien als een probleem. ‘Mensen denken dat alles maakbaar is en dat het de taak van de overheid is om alle uitdagingen op te lossen’, zegt Noordermeer. ‘Daarom zit op dit moment een op de zeven kinderen in de jeugdzorg. Dat is veel te veel.’

‘Als samenleving is het beter om gewone problemen weer normaal te vinden. Ouders kunnen veel meer zelf oppakken’, vindt Noordermeer. ‘Maar, waar ouders echt hulp bij nodig hebben, moeten wij dat ook aanbieden. Dan moeten we als overheid doorpakken en moet er professionele zorg zijn. Hieraan gekoppeld is de discussie wat je als overheid kunt doen. Waar zijn we van en waarvan niet?’

Labels

De wethouder heeft moeite met labels, omdat deze in de hand werken dat jeugdigen als ‘niet normaal’ worden gezien. Anderzijds zijn labels nuttig om zelf te snappen hoe je gedrag in elkaar zit. En: ‘Jouw gedrag heeft effect op anderen. Als iedereen in jouw gezin snapt waarom je iets doet, dan functioneert iedereen beter.’

‘We willen daarom niet naar een individueel kind kijken bij het organiseren van hulp of zorg, maar eerst en ook naar de omgeving van het kind. Hoe functioneert een gezin en zijn hier geen grotere problemen waar het kind last van heeft? Als ouders schulden hebben en hun kind kan niet ‘gewoon’ meedoen, dan is er een reactie van het kind op de thuissituatie. Dat is dan een zichtbaar symptoom. Daarom werkten we met een gezinsplan. Dan kunnen we de echte problemen helpen oplossen en als het gezin dan weer goed verder kan, geldt dat ook voor het kind.’

Cultuurverandering

Er zitten veel te veel kinderen in de jeugdzorg die er niet horen. ‘De nuance is dat er best uitdagingen mogen zijn in gezinnen. Veel van die uitdagingen kunnen ouders zelf oplossen. Dat is opvoeden’, merkt Noordermeer op. ‘Toen de welvaartsstaat ontstond, nam de weerbaarheid af. We zijn als land groot geworden, omdat we zaken zelf doen en onze verantwoordelijkheid nemen. En dat is minder geworden, daar zie je dat de weerbaarheid is afgenomen. We hebben er een hele generatie voor nodig om die weerbaarheid weer te verhogen. Daarom moeten we nu beginnen, anders lukt dat niet.’ 

Weerbaarheid verhogen, werken met een gezinsplan en normaliseren van veel gedrag is een lange termijnplan. Het vergt zowel van de hulpverleners als van ouders en kinderen een cultuuromslag. ‘Als kinderen gaan puberen komen ouders nu met ‘ik herken mijn kind niet meer’, maar dat is ook normaal op die leeftijd. De pubertijd is een lastige leeftijd en kinderen gaan zich afzetten tegen ouders. Dan moet de overheid dit niet oplossen en dan heeft een kind geen zorg nodig. De ouders moeten handvatten krijgen om met een puber om te leren gaan. Uiteindelijk gaat het om mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid en dat valt niet altijd goed. Daarom is een cultuuromslag nodig.’

Veertig procent ten onrechte in jeugdzorg

Ongeveer veertig procent van de kinderen in de jeugdzorg hoort daar helemaal niet in thuis. Door een goed intakegesprek, een triage, kan de groep die niet gebaat is met zorg er snel uitgehaald worden. Dat betekent overigens niet dat er helemaal niets gebeurt. ‘Soms is een eenvoudige oplossing om een kind naar een sportclub te sturen. Daar raakt het energie kwijt en leert om socialer met leeftijdsgenoten om te gaan’, geeft Noordermeer als simpel voorbeeld. ‘Soms gaat het om een gezinsprobleem dat niet in de jeugdzorg thuishoort. We proberen dan ook samen te werken met andere hulpverleners, zodat dat eerst wordt opgelost. Dan krijgt een gezin lucht om aan de andere uitdagingen te werken.’

Er zijn ook problemen die door een veranderde samenleving worden veroorzaakt. Zo denkt de wethouder dat de rol van ouders en andere opvoeders weer sterker kan worden. ‘Ik denk dat veel ouders ook met allerlei andere zaken bezig zijn. Mensen staan altijd ‘aan’. Er moet tegenwoordig wel heel veel op een dag gebeuren. Ook is de werkdruk van veel ouders erg hoog. Met minder werkdruk ontstaat er ruimte voor ouders.’

Individualisering is een uitdaging

‘Als we meer leren accepteren dat uitdagingen in de opvoeding er gewoon bij horen, is er ook meer ruimte voor de kinderen die wel echt hulp nodig hebben vanuit de jeugdzorg. Daarom vind ik het erg jammer dat de saamhorigheid die er vroeger wel was, nu niet meer bestaat.’ Daarmee bedoelt Noordermeer dat er minder aan vaardigheden wordt doorgegeven van een oudere generatie naar een volgende generatie en dat er minder steun uit iemands omgeving komt.

Noordermeer ziet de individualisering in de maatschappij als een uitdaging, waardoor veel zaken een probleem worden. Zij ziet dan ook een stevige rol voor buurthuizen en wijkteams. Er kunnen in buurthuizen bijvoorbeeld opvoedtrainingen worden gegeven en er moet meer sociale ruimte komen. ‘We moeten inzetten op community building.’ Dat geldt overigens niet alleen voor kennisoverdracht. Er kunnen in de wijken ook clubs worden georganiseerd en het is een goed idee om een jeugdwerker in de buurt te hebben. ‘Dat zijn welzijnsfuncties en die zorgen deels voor preventie, zodat jeugdhulp niet nodig wordt. We moeten dit soort zaken op natuurlijke plekken gaan aanjagen.’

Oog voor thuis

Daarvoor wordt de nieuwe jeugdhulporganisatie Oog voor thuis ingezet. Dit is een overheids-BV van gemeente Alphen aan den Rijn. Het is dus geen ingehuurde organisatie: ‘Oog voor thuis is helemaal van ons en die hebben we ingericht zodat we dichtbij onze kleinste inwoners kunnen staan en de gezinnen. We werken laagdrempelig en werken volgens de methode gezin centraal en we gaan meten en weten zodat we steeds beter weten wat in welke wijk van Alphen nodig is en wat werkt voor onze gezinnen.’

‘Er zijn nog wel oude zaken vanuit Go! We zijn er in 2024 in geslaagd om de wachtlijst voor een intakegesprek weg te werken. Er stonden 1189 kinderen op die lijst die nog geen eerste gesprek hadden gehad.’ Ook meldt Noordermeer dat er veel incomplete dossiers waren. ‘Deze oude zaken hebben een overschrijding van 3 miljoen euro op het budget veroorzaakt.’

De wethouder wijst er op dat een wachtlijst voor een intake iets anders is dan wachten op de ‘echte’ hulpverlening. De eerste intake is een inventarisatie van de problematiek. Soms kunnen kinderen dan heel snel geholpen worden, maar anderen moeten wachten op een vrije plek om aan hun traject te beginnen.

Nieuwe werkwijze

Het komende jaar wordt verder gewerkt aan de nieuwe werkwijze. ‘De medewerkers hebben of krijgen een opleiding in het werken met de methode Gezin centraal. We hebben nog wel vacatures, dat komt ook omdat we niet iedereen tegelijk in kunnen werken’, legt Noordermeer uit. ‘We gaan inzetten op normaliseren. Dat doen we door in de dorpen en wijken aanwezig te zijn en door het weerbaar maken van ouders.’

De andere zestig procent van de aangemelde kinderen, die wel degelijk hulp nodig heeft, moet dit uiteraard krijgen. ‘We moeten de juiste stappen zetten om te zorgen dat alle kinderen een goede kans krijgen. Eind 2025 willen we een flinke stap verder zijn met de nieuwe werkwijze. En heel belangrijk: waar mensen echt hulp bij nodig hebben, moeten wij als lokale overheid ook doorpakken. We moeten ouders niet aan laten modderen. Als er professionele hulp nodig is, moet deze er zijn.’

Over verschillende onderdelen van het Sociaal Domein in gemeente Alphen aan den Rijn verschijnt een korte serie op de nieuwssite van Studio Alphen. Deel 1 geeft een overzicht en staat hier. Deel 2 gaat over de ontwikkelingen in de jeugdhulp.

Lees ook: Wethouder Anouk Noordermeer over besluiten in het sociaal domein: ‘In de politiek zijn we niet zo goed in lange termijn denken’