Mentale inzinking kost Maureen Koster olympisch ticket: ‘Spelen konden me gestolen worden’

BOSKOOP/ALPHEN AAN DEN RIJN - Kwalificatie voor de Olympische Spelen was al zo goed als zeker binnen voor de Boskoopse atlete Maureen Koster. Maar vlak voor de finish kreeg ze uit het niets een mentale inzinking, waardoor de 29-jarige hardloopster deze zomer niet naar Tokio gaat. 'Ik dacht echt: ik ben hier gewoon helemaal klaar mee, ik wil stoppen.'

Voor het eerst vertelt Koster wat haar eind mei tijdens de Next Generation Athletics (Nijmegen) is overkomen. Alleen haar naasten weten hoe diep het dal was waar ze de laatste weken doorheen is gegaan, maar eigenlijk spelen mentale problemen haar al maandenlang parten.

Sinds 2019 traint Koster in Engeland. Door de coronacrisis heeft ze haar coach en teamgenoten echter al meer dan een jaar niet gezien. Het alsmaar alleen trainen valt haar zwaar. 'Ik stond meer jankend dan lachend op de baan', verklaart Koster nu.

Groene lampjes

Afgelopen winter overweegt ze zelfs helemaal te stoppen met hardlopen, maar een trainingsstage met haar vriend op Tenerife helpt haar de knop om te zetten. Alles is vanaf dan geënt op één ijkmoment: de olympische limiet lopen op de 5000 meter in Nijmegen.

Tijdens de race lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Groene lampjes naast de baan geven aan dat het groepje waarin Koster zich bevindt op weg is een ticket voor Tokio te bemachtigen. Vijf minuten en tien seconden, dat is de 'magische' grens.

Zwaar geëmotioneerd

'Ik denk dat het een perfecte race was', blikt de Boskoopse terug. 'Ik lag ook gewoon op schema. Maar toen ik uitstapte, dacht ik echt: ik ben hier gewoon helemaal klaar mee, ik wil gewoon stoppen, ik heb hier geen zin meer in en die Spelen kunnen me eigenlijk gewoon gestolen worden.'

Zwaar geëmotioneerd staakt Koster met nog een kilometer te gaan de strijd. Haar verklaring: 'Ik denk dat er misschien een mentale blokkade kwam, op het moment dat het echt spannend of zwaar begon te worden. En dat mijn lichaam dacht: hier hebben we geen zin in.'

Op zoek naar baan

Hoewel ze daarna nog een maand heeft om zich alsnog te plaatsen voor de Spelen, zegt Koster 'helemaal klaar' te zijn met haar leven als topsporter. Ze gaat zelfs even op zoek naar een baan. De winnares van EK-brons in 2015 zet de voorbije weken haar gedachten goed op een rijtje.

En de uitkomst daarvan is dat ze tóch door wil gaan. 'Ik had heel erg een afkeer tegen hardlopen en trainen, maar dat was eigenlijk meer een afkeer tegen de situatie waar ik heel lang in heb gezeten. Als ik die situatie verander, en als ik dan weer plezier krijg in het lopen, dan ga ik weer presteren. Dat is wat ik wil.'

Trainen op Papendal

De verandering waar Koster op doelt, is dat ze niet meer terugkeert bij de trainingsgroep van haar Engelse coach Rob Denmark. Na haar vakantie gaat ze trainen op topsportcentrum Papendal, met Grete Koens als nieuwe coach. Die kent haar al vanaf toen ze op haar veertiende begon met hardlopen.

Na de voor haar teleurstellend verlopen Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro, waar ze overtraind was en kampte met vermoeidheidsverschijnselen, hoopt Koster er over drie jaar in Parijs weer bij te zijn. Op de suggestie of ze heeft overwogen mentale hulp te zoeken, schudt ze haar hoofd.

Boos of verdrietig zijn

'Toen ik jaren geleden overtraind was, heb ik dat wel gedaan. Dat heeft me zoveel handvatten gegeven. Ik weet: het is oké om hier boos of verdrietig om te zijn. En ik ben er gewoon zelf uitgekomen, met behulp van mijn omgeving. Daar had ik geen mentale hulp voor nodig.'

Nog één keer schitteren op de Spelen. Zou dat op haar 32ste nog kunnen? 'Ja, dat denk ik wel', antwoordt de atlete van het Alphense AAV '36. 'Ik zie heel veel atleten van eind 20 of begin 30 die hun beste tijden lopen. Dus dat is wel een verschuiving die plaatsvindt.'

'Mentaal fit genoeg'

'Ik ben hartstikke fit', voegt Koster eraan toe. 'Heel belastbaar, niet veel blessures. En ik denk dat ik mentaal ook gewoon fit genoeg ben. Alleen, er moeten wat dingen veranderen. En ik heb nu wel heel helder wat dat dan precies moet zijn. Dan denk ik zeker nog dat ik heel hard kan gaan lopen.'